
Servogestuurde kabeltrainer voor fysiotherapie, revalidatie en medische trainingstherapie. De weerstand begint bij 0,5 kg en is per 0,1 kg te verstellen, zodat een behandelplan in kleine stappen kan oplopen en elke herhaling wordt gemeten.
Dit is fysiek dezelfde DFX Servo Trainer T232.
DFX verkoopt hier geen tweede toestel. De hardware is identiek: dezelfde servomotor, dezelfde zes weerstandsmodi, dezelfde meetelektronica. Wat verschilt is de toepassing en de doelgroep. Deze pagina gaat over fysiotherapie, revalidatie en medische trainingstherapie. Voor de volledige technische specificatie, alle afmetingen en het gebruik in topsport verwijzen we naar de productpagina van de DFX Servo Trainer T232.
Vijf getallen die in de behandelkamer het meest uitmaken. De complete specificatietabel staat op de productpagina van de DFX Servo Trainer T232.
Medische trainingstherapie draait om het doseren van belasting. Een patiënt die zes weken na een schouderoperatie voor het eerst weer een kabel oppakt, moet beginnen onder het niveau waarop een gewichtstapel begint. Een conventioneel kabelstation start doorgaans bij vijf kilo en loopt op in stappen van vijf kilo. Wie daar tussenin moet zitten, gebruikt hulpconstructies: een elastiek erbij, een andere hoek, een kortere hefboom. Dat werkt, maar het is niet te noteren en niet te reproduceren. De volgende therapeut in het behandelteam weet niet wat er vorige week precies is gedaan.
De servomotor kent geen stapel. De weerstand begint bij 0,5 kg per arm en is vanaf daar in stappen van 0,1 kg te verhogen. Een opbouw van 0,8 naar 1,1 naar 1,4 kg is daarmee een gewone instelling in plaats van een improvisatie. Voor een hand, een pols, een schouder na immobilisatie of een patiënt die na een lange ziekenhuisopname weer op gang komt, is dat het verschil tussen wel of niet kunnen oefenen op het toestel. Ook aan de bovenkant van een traject helpt de fijne stap: het laatste stukje voor terugkeer naar werk of sport loopt zelden in sprongen van vijf kilo.
Omdat elke instelling een getal is, staat de progressie ook echt in het dossier. Een behandelplan wordt daarmee overdraagbaar tussen therapeuten binnen dezelfde praktijk, en tussen de praktijk en een verwijzer.
De excentrische kracht van een spier is gemiddeld 1,41 keer de concentrische kracht (95% betrouwbaarheidsinterval 1,38–1,44). Bij ouderen is die verhouding hoger, 1,62 tegen 1,39 bij jongere volwassenen, en de verhouding neemt toe met de bewegingssnelheid. Een spier kan dus meer aan tijdens het afremmen dan tijdens het duwen of trekken. Met één vaste last is dat niet te bedienen: de weerstand die zwaar genoeg is voor de remmende fase, is te zwaar om überhaupt de duwende fase door te komen. In de geriatrische revalidatie is die kloof het grootst: juist bij oudere patiënten blijft de remmende capaciteit relatief langer intact dan de duwende, wat de remfase een bruikbaar aangrijpingspunt maakt wanneer de concentrische kracht nog laag is.
In de excentrische modus stuurt de servomotor de weerstand binnen dezelfde herhaling omhoog tijdens de remmende fase en omlaag tijdens de duwende fase. In een revalidatietraject betekent dat concreet: een patiënt met een achillespees- of quadricepsklacht kan de remfase belasten op een niveau dat de concentrische kracht nog niet toelaat, zonder dat er een tweede persoon nodig is om de last terug te zetten. De verhouding tussen beide fasen is een instelling, geen inschatting, en die instelling is per sessie terug te lezen.

In de isokinetische modus ligt de snelheid van de beweging vast en volgt de weerstand de inspanning van de patiënt. Wie harder duwt, gaat niet sneller maar krijgt meer weerstand terug. Daardoor is de belasting op elke gewrichtshoek gelijk aan wat de patiënt daar op dat moment kan leveren, en niet begrensd door het zwakste punt in de baan — bij een gewichtstapel bepaalt dat zwakste punt namelijk de last voor de hele beweging.
Als uitkomstmaat is een vaste snelheid bruikbaar omdat hij herhaalbaar is. Een test bij 0,3 m/s vandaag is vergelijkbaar met dezelfde test bij 0,3 m/s over zes weken, ongeacht wie de test afneemt. De variabele die je meet — de geleverde kracht — is dan de enige die verandert. Dat maakt het mogelijk om een tussenevaluatie te doen met een getal in plaats van met een indruk, en om die evaluatie op vaste momenten in het traject te herhalen.
De weerstand blijft over de hele bewegingsbaan gelijk, zoals bij een klassieke gewichtstapel, maar dan zonder massatraagheid en instelbaar per 0,1 kg. Een therapeut kiest deze modus wanneer de oefening voorspelbaar moet zijn: bij het aanleren van een nieuw bewegingspatroon, bij krachtopbouw in een vaste reeks, en bij patiënten die eerst vertrouwen in de beweging moeten opbouwen voordat er variatie binnen de herhaling bijkomt. Omdat de last een getal is in plaats van een pin in een blok, blijft de opbouw tussen sessies exact vergelijkbaar.
In deze modus valt de weerstand weg aan het einde van de bewegingsbaan. Een therapeut kiest dit wanneer de patiënt de beweging volledig moet kunnen afmaken zonder te hoeven afremmen tegen een last in. Dat is bruikbaar bij het opnieuw aanleren van een snelle, doorgetrokken beweging, bijvoorbeeld een werp- of duwpatroon, waarbij de remfase juist het pijnlijke of onzekere deel van de baan is. Ook bij patiënten die bang zijn om door de eindstand heen te bewegen haalt end release de belasting weg op precies het punt waar de angst zit.
Hier loopt de weerstand op naarmate de beweging vordert, zoals bij een elastiek. Aan het begin van de baan is de last laag, aan het eind hoog. Een therapeut kiest dit wanneer het begin van de beweging kwetsbaar is en het eind juist belast mag worden — vaak bij gewrichten die in de startpositie in een ongunstige hoek staan. Het is ook de modus die het dichtst in de buurt komt van de oefentherapie met elastische banden die veel praktijken al doen, met als verschil dat het verloop hier in getallen vastligt in plaats van in de kleur van de band.
De weerstand volgt de snelheid van de beweging: sneller bewegen betekent meer weerstand, langzamer bewegen minder. Het gedrag lijkt op bewegen door water. Een therapeut kiest dit wanneer de patiënt de belasting zelf moet kunnen doseren binnen een veilige bandbreedte, bijvoorbeeld in een vroege fase waarin de opdracht rustig en gecontroleerd bewegen is. Wie te hard trekt, krijgt direct meer weerstand terug en corrigeert zichzelf, zonder dat de therapeut hoeft in te grijpen.
Het toestel meet met 2000 Hz en legt per herhaling een reeks waarden vast: piekkracht en gemiddelde kracht, piek- en gemiddelde snelheid, piekvermogen en gemiddeld vermogen, de snelheid van krachtontwikkeling, het bewegingsbereik en de duur van de herhaling. Die waarden staan per zijde apart, en per set en per sessie bij elkaar. Trainingsdata is exporteerbaar naar xlsx en blijft eigendom van de praktijk.
Dat is het antwoord op de zin die in elke behandelkamer valt: de patiënt zegt dat het beter gaat. Die uitspraak is waardevol, maar hij is niet te vergelijken met de uitspraak van zes weken geleden. Een tabel met piekkracht per zijde per week is dat wel. Voor een verwijsbrief, een tussenevaluatie of een onderbouwing richting een verzekeraar is een geëxporteerd bestand met meetwaarden een ander soort document dan een tekstuele indruk.
De DFX Smart Gym App is de gebruikersinterface, PAMFA het onderliggende dataplatform en ELIGA de technologiepartner waarmee DFX de digitale weerstandslijn produceert. Trainingsdata staat op een server in Europa, is exporteerbaar naar xlsx en blijft eigendom van de klant. Levering, installatie, service, garantie en aanspreekpunt liggen volledig bij DFX in Huizen.

Beide armen meten apart. Daardoor is per herhaling zichtbaar hoeveel kracht de aangedane zijde levert ten opzichte van de niet-aangedane zijde, en of dat verschil door de set heen groter wordt bij vermoeidheid. Dat laatste blijft bij een klinische inschatting meestal onopgemerkt, omdat een therapeut naar de eerste herhalingen kijkt en niet naar de twaalfde.
Voor terugkeer naar sport of werk maakt dat het mogelijk om vooraf een criterium af te spreken in plaats van achteraf een oordeel te vellen. Een praktijk kan bijvoorbeeld vastleggen bij welk symmetriepercentage en bij welke absolute piekkracht een volgende fase ingaat, dat criterium met de patiënt delen en het op vaste momenten toetsen. Welk percentage dat is, hoort een beslissing van de behandelaar of het protocol van de praktijk te zijn; het toestel levert het getal, niet de norm.
Ja. De Medical Functional Trainer is fysiek dezelfde DFX Servo Trainer T232. De hardware is identiek: dezelfde servomotor, dezelfde zes weerstandsmodi, dezelfde meetelektronica. Het verschil zit in toepassing en doelgroep. Deze pagina beschrijft het gebruik in fysiotherapie, revalidatie en medische trainingstherapie; de volledige technische specificatie staat op de productpagina van de DFX Servo Trainer T232. Bron: technische specificatie DFX Servo Trainer T232, stand van de gegevens: 27 augustus 2026.
De weerstand begint bij 0,5 kg per arm en is instelbaar in stappen van 0,1 kg, met een weerstandsprecisie van 0,1 lb. Het bereik loopt tot 32 kg per arm. Bron: technische specificatie DFX Servo Trainer T232, stand van de gegevens: 27 augustus 2026.
Per herhaling registreert het toestel onder meer piekkracht, gemiddelde kracht, piek- en gemiddelde snelheid, piekvermogen, gemiddeld vermogen, snelheid van krachtontwikkeling, bewegingsbereik en herhalingsduur. De meetfrequentie is 2000 Hz. Die waarden zijn per zijde uit te lezen en als xlsx-bestand te exporteren. Bron: technische specificatie DFX Servo Trainer T232, stand van de gegevens: 27 augustus 2026.
De data is exporteerbaar naar xlsx en blijft eigendom van de praktijk. Daarmee kan een therapeut meetwaarden per sessie als bijlage of als overgenomen getal in het patiëntdossier vastleggen. Er is geen abonnement nodig om bij de eigen gegevens te komen. Bron: technische specificatie DFX Servo Trainer T232, stand van de gegevens: 27 augustus 2026.
De excentrische kracht van een spier is gemiddeld 1,41 keer de concentrische kracht (95% betrouwbaarheidsinterval 1,38–1,44). Bij ouderen is die verhouding hoger, 1,62 tegen 1,39 bij jongere volwassenen, en de verhouding neemt toe met de bewegingssnelheid. Bron: Nuzzo, Pinto, Nosaka & Steele, “The Eccentric:Concentric Strength Ratio of Human Skeletal Muscle In Vivo: Meta-analysis of the Influences of Sex, Age, Joint Action, and Velocity”, Sports Medicine 53 (2023), 1125–1136, doi 10.1007/s40279-023-01851-y. Wie met één vaste last werkt, kiest dus altijd te licht voor de remmende fase of te zwaar voor de duwende. In de excentrische modus zet de servomotor de weerstand hoger tijdens de remmende fase en lager tijdens de duwende fase, binnen dezelfde herhaling. Bron: technische specificatie DFX Servo Trainer T232, stand van de gegevens: 27 augustus 2026.
Voor praktijken die structureel boven 32 kg per arm moeten belasten, voor praktijken met weinig ruimte of een beperkte vloerbelasting — het toestel weegt 270 kg en is 2046 mm diep — en voor praktijken die niet met meetdata willen of kunnen werken. In dat laatste geval betaal je voor een meetplatform dat ongebruikt blijft. Bron: technische specificatie DFX Servo Trainer T232, stand van de gegevens: 27 augustus 2026.
Op het apparaat staat ELIGA — de technologiepartner waarmee DFX de digitale weerstandslijn produceert. Levering, installatie, service, garantie en aanspreekpunt liggen volledig bij DFX in Huizen. Bron: leveringsvoorwaarden en serviceafspraken DFX Fitness, stand van de gegevens: 27 augustus 2026.
Stand van de gegevens: 27 augustus 2026.
De volledige technische specificatie van hetzelfde toestel, geschreven voor performance- en topsporttoepassing.
Inrichting van een fysiotherapiepraktijk met DFX Medical-apparatuur.
Apparatuur en opbouw voor revalidatietrajecten in klinieken en centra.
Het volledige medical-assortiment van DFX.
Merkvermeldingen
De genoemde merken en merknamen zijn eigendom van hun respectieve houders. DFX heeft geen zakelijke relatie met deze ondernemingen en is er niet aan gelieerd. De vermelding dient uitsluitend de beschrijvende productvergelijking.