DFX Fitness

    DFX Performance — meten en testen

    Meten en testen in de sport

    Zonder meting is trainingsvoortgang een inschatting. Een sporter die zich sterker voelt, is niet noodzakelijk sterker geworden, en een sporter die een blessure achter zich heeft, is niet hersteld omdat de pijn weg is. Wat een trainer in beide gevallen mist is een getal dat vandaag op dezelfde manier tot stand komt als drie maanden geleden. Deze pagina beschrijft welke grootheden met de meetapparatuur van DFX zijn vast te leggen, welk instrument welke vraag beantwoordt, en wat er met de uitkomst gebeurt.

    Alle cijfers op deze pagina staan ook op de productpagina van het betreffende instrument; deze hub voegt er geen specificaties aan toe. Elk antwoord in de veelgestelde vragen onderaan draagt een eigen bron met peildatum.

    Waarom meten

    Krachttraining wordt traditioneel gestuurd op gewicht en herhalingen. Dat zijn invoerwaarden: wat de sporter is opgelegd. Meten gaat over uitvoerwaarden: wat de sporter er daadwerkelijk mee doet. Twee sporters die dezelfde 100 kilo vijf keer bewegen, leveren een verschillend vermogen, een verschillende krachtopbouw en een verschillende verdeling over links en rechts. Die verschillen bepalen de trainingsprikkel, en ze zijn met het blote oog niet vast te stellen.

    De grootheden die met deze apparatuur zijn vast te leggen, en waarvoor elk bruikbaar is:

    • Piekvermogen en gemiddeld vermogen. Vermogen is kracht maal snelheid. Piekvermogen zegt iets over het explosieve maximum, gemiddeld vermogen over wat er over de hele herhaling is geleverd. Een sporter kan sterker worden zonder dat zijn piekvermogen stijgt; dat is een aanwijzing dat de training op kracht en niet op snelheid heeft ingegrepen.
    • Piekkracht en gemiddelde kracht. De hoogste kracht in de beweging en het gemiddelde over de beweging. Bruikbaar om vast te stellen of een sporter zwaarder kan gaan trainen, en om na een blessureperiode te zien of het niveau van voor de uitval terug is.
    • Snelheid. De snelheid waarmee de last beweegt. Bij een gelijkblijvend gewicht is een lagere snelheid dan gebruikelijk een teken dat de sporter vandaag minder heeft; bij een gelijkblijvende snelheid met meer gewicht is er vooruitgang.
    • Krachtontwikkelingssnelheid (RFD). Hoe snel de kracht wordt opgebouwd. In vrijwel elke sport is de tijd waarin kracht geleverd moet worden korter dan de tijd die nodig is om maximale kracht te bereiken, waardoor de snelheid van krachtopbouw belangrijker is dan het maximum zelf.
    • 1RM-schatting. Een voorspelling van het eenmalig maximum uit de gemeten snelheid, zodat het programma op een percentage gestuurd kan worden zonder dat er een maximale poging wordt gedaan.
    • Links-rechtsverschil. Het aandeel van elk been of elke arm in de totale krachtproductie. Relevant bij herstel na een eenzijdige blessure en bij sporten met een sterk eenzijdig bewegingspatroon.
    • Sprong- en sprinttijden. Sprongprestaties en tijden over vaste afstanden en wendbaarheidsparcoursen. Dit zijn de uitkomsten die het dichtst bij de wedstrijd liggen en die daarom als eindtoets van een trainingsblok dienen.

    Welk instrument beantwoordt welke vraag

    Meetapparatuur koop je niet per specificatie maar per vraag. Hieronder staat per instrument de vraag waarvoor het is bedoeld, met een link naar de productpagina waar de specificaties staan.

    Force Plate T131-C

    Hoeveel kracht produceert deze sporter, en verdeelt hij die gelijk over links en rechts?

    De Force Plate meet de kracht die door de voeten op de ondergrond wordt uitgeoefend, links en rechts apart en gecombineerd, en tekent de krachtcurve tijdens de meting mee. Daarmee is een verticale sprong niet langer een sprong met een hoogte, maar een krachtverloop met een aanloop, een afzet en een landing. Het toestel volgt onder meer piek-RFD en relatief maximaal vermogen, en biedt daarnaast een weegfunctie zodat lichaamsgewicht als factor uit de uitkomst gehaald kan worden en absolute kracht overblijft. De links-rechtsverhouding wordt tijdens de test zichtbaar, wat het instrument bruikbaar maakt voor het volgen van herstel na een eenzijdige blessure.

    Portable Force Plate T137-C

    Hoe meet ik krachtproductie op de plek waar getraind wordt, niet in een testruimte?

    De draagbare uitvoering beantwoordt dezelfde vraag als de vaste Force Plate, maar dan buiten de testruimte: op het veld, in de zaal van de tegenstander, op een trainingskamp. De constructie is licht en de platen komen in een koffer mee. Voor een club met meerdere locaties, of voor een fysiotherapiepraktijk die bij de sporter langsgaat in plaats van andersom, is dit het verschil tussen wel en niet meten. De dubbele plaat meet ook hier links en rechts onafhankelijk, zodat asymmetrie zichtbaar blijft.

    IMTP Rack

    Hoe test ik maximale kracht zonder een maximaaltest met vrije gewichten te doen?

    Het IMTP Rack is gebouwd voor één test: de isometrische midthigh pull. De sporter trekt vanuit een vaste houding maximaal aan een bar die niet beweegt. Omdat er geen beweging is, is er geen excentrische fase en geen techniekrisico, en is de test kort genoeg om vaak te herhalen. De hoogte is aan beide zijden instelbaar, wat noodzakelijk is omdat een paar centimeter verschil in barhoogte de uitkomst verandert: alleen bij een identieke houding zijn twee metingen van dezelfde sporter met elkaar te vergelijken. Het rack wordt gebruikt in combinatie met een force plate, die de kracht registreert.

    VBT Systeem T130-C

    Hoe snel gaat de stang, en wat zegt dat over de belasting van vandaag?

    Het VBT-systeem meet per herhaling de snelheid, het vermogen, de verplaatsing en de hoek, en toont die realtime in curven en staafdiagrammen. Daarmee is een set niet langer een aantal herhalingen met een gewicht, maar een reeks metingen die onderling verschillen. Het systeem is te gebruiken voor krachttesten, voor het voorspellen van 1RM zonder een maximale poging en voor het bepalen van de belasting waarbij het piekvermogen het hoogst ligt. Een sensor voor hoek en lineaire verplaatsing zit ingebouwd en het startpunt is vrij te kalibreren; het bewegingstraject wordt uitgetekend om meetfouten te beperken.

    Atleten Monitoringssysteem T136

    Wat doet een sporter werkelijk tijdens een training of wedstrijd?

    Dit systeem meet niet in een test maar tijdens het spel. Draagbare sensoren registreren positie, bewegingstraject, afgelegde afstand, snelheid, versnelling, afremmen, het aantal sprints en de hartslag, indoor en outdoor. Met de meegeleverde tags is een volledige selectie tegelijk te volgen, met een dashboard dat tijdens de sessie meekijkt. Achteraf zijn de bewegingen terug te zien als heatmap, sprintlijnen en inspanningszones. Waar de force plate en het VBT-systeem antwoord geven op de vraag wat iemand kan, geeft dit systeem antwoord op de vraag wat iemand daadwerkelijk heeft gedaan — en daarmee op de vraag of de belasting van deze week bij de belastbaarheid past.

    Timing Systeem

    Hoe leg ik sprint- en agilitytijden vast zonder de fout van een stopwatch?

    Het Timing Systeem werkt met draadloze fotocellen die de tijd nemen op het moment dat de sporter de poort passeert. Daarmee vervalt de reactietijd van degene die de stopwatch bedient, en dat is precies de foutmarge waarin de winst van een trainingsblok zich afspeelt. Het systeem is bedoeld voor sprinttesten over vaste afstanden, voor wendbaarheidstesten en voor shuttleruns, en de opstelling is snel genoeg om op een trainingsveld te gebruiken. De sporter ziet zijn tijd direct, wat een testdag ook als trainingsprikkel bruikbaar maakt.

    Het enige toestel dat traint én meet in dezelfde beweging

    De instrumenten hierboven meten, maar leveren zelf geen weerstand. De DFX Servo Trainer T232 doet beide: een servomotor levert de trainingsweerstand en registreert tegelijk wat de gebruiker daartegen doet, met een meetfrequentie van 2000 Hz. De weerstand loopt van 0,5 tot 32 kg per arm en is instelbaar per 0,1 kg.

    Dat verschil is organisatorisch groter dan het technisch klinkt. Een testbatterij op een force plate is een moment dat gepland moet worden: er is een tester, een protocol en tijd voor nodig. Meting op het toestel waarop getraind wordt, gebeurt zonder die planning en levert daardoor veel meer meetpunten op — niet één keer per blok, maar elke set. De testbatterij blijft daarnaast nodig, omdat een sprong, een sprint en een maximale isometrische trek dingen meten die op een kabeltrainer niet gebeuren. De T232 is daarmee het scharnier tussen de trainingsvloer en de testruimte, niet de vervanging van die testruimte.

    Van meting naar beslissing

    Een meting is pas iets waard als er een beslissing uit volgt. Dat vraagt vier dingen: een vaste testbatterij, een herhaalmeting, een vergelijking over de tijd en gegevens die het systeem uit kunnen.

    Een vaste testbatterij is een korte, altijd gelijke set metingen. Bijvoorbeeld een verticale sprong voor explosieve krachtproductie, een isometrische midthigh pull voor maximale kracht en een sprint over een vaste afstand voor snelheid. De waarde zit in de herhaalbaarheid: dezelfde volgorde, dezelfde houding, hetzelfde tijdstip in de week, dezelfde toestand van vermoeidheid. Verandert de opstelling, dan verandert de uitkomst en is de vergelijking waardeloos.

    De herhaalmeting is de eigenlijke meting. De eerste keer levert alleen een startpunt op; pas de tweede keer zegt iets over de richting. Voor beslissingen over trainingsbelasting werkt een korte cyclus — een sprong of een enkele set met snelheidsmeting aan het begin van een sessie — en voor beslissingen over programmering een lange, met een volledige batterij aan het begin en einde van een blok.

    De vergelijking over de tijd is waar het patroon zichtbaar wordt. Een enkele lage waarde is ruis. Een reeks waarin het vermogen daalt terwijl de trainingsbelasting stijgt, is een signaal. Een links-rechtsverschil dat na maanden revalidatie onveranderd blijft, betekent dat het programma iets anders moet doen dan het nu doet.

    Export. De trainingsdata staat op een server in Europa, is exporteerbaar naar xlsx en blijft eigendom van de klant. Dat is de voorwaarde om gegevens naast andere bronnen te leggen — een blessureregistratie, een spelersvolgsysteem, een behandelverslag — en om ze mee te nemen als er ooit iets anders in de zaal komt te staan.

    Wanneer meetapparatuur nog niet aan de orde is

    Er zijn situaties waarin dit type apparatuur geen rendement oplevert, en het is eerlijker die te benoemen dan ze te omzeilen.

    • Er is niemand die de data interpreteert. Een force plate produceert krachtcurven, geen adviezen. Zonder een coach of fysiotherapeut die de curve leest en er een programmawijziging aan verbindt, blijft het bij een scherm met getallen die niemand gebruikt. De investering zit dan in hardware terwijl het tekort in kennis zit.
    • Er ligt geen testprotocol. Wie geen vaste testmomenten, houdingen en volgorde heeft afgesproken, meet verschillen die uit de opstelling komen in plaats van uit de sporter. Een club die hier staat, koopt beter eerst begeleiding bij het opzetten van een protocol dan een instrument.
    • De basis van de training staat nog niet. Bij sporters die nog aan techniek en trainingsfrequentie werken, komt de vooruitgang uit de training zelf en niet uit de fijnere sturing die meting mogelijk maakt. Meten is nuttig zodra de eenvoudige winst eruit is.

    In alle drie de gevallen geldt hetzelfde: de apparatuur is niet verkeerd, de volgorde is dat. Wij zeggen dat liever vooraf dan dat er een force plate ongebruikt in een hoek staat.

    Veelgestelde vragen

    Welke grootheden meet deze apparatuur?

    Kracht links, rechts en gecombineerd, piek-RFD en relatief maximaal vermogen op de Force Plate; snelheid, vermogen, verplaatsing en hoek per herhaling op het VBT-systeem; positie, afstand, snelheid, versnelling, afremmen, aantal sprints en hartslag op het Atleten Monitoringssysteem; en sprint- en agilitytijden op het Timing Systeem. Bron: de DFX-productpagina's van de Force Plate T131-C, het VBT Systeem T130-C, het Atleten Monitoringssysteem T136 en het Timing Systeem op dfx.fitness. Peildatum: 28 augustus 2026.

    Hoe meet je kracht objectief zonder een 1RM-test uit te voeren?

    Met een isometrische midthigh pull op het IMTP Rack in combinatie met een force plate: de sporter trekt maximaal aan een vaste bar, zonder beweging en zonder excentrische fase. Daarnaast voorspelt het VBT Systeem T130-C een 1RM uit de gemeten snelheid per herhaling, zodat een maximale poging niet nodig is. Bron: de DFX-productpagina's van het IMTP Rack en het VBT Systeem T130-C op dfx.fitness. Peildatum: 28 augustus 2026.

    Waarvoor dient het meten van links-rechtsverschil?

    De Force Plate T131-C meet linker- en rechterkracht apart en toont de balans tijdens de meting. Daarmee is een verschil tussen beide zijden zichtbaar dat in een gecombineerde uitkomst wegvalt, wat bruikbaar is bij het volgen van herstel na een eenzijdige blessure. Bron: de DFX-productpagina van de Force Plate T131-C op dfx.fitness. Peildatum: 28 augustus 2026.

    Kan er buiten de testruimte gemeten worden?

    Ja. De Portable Force Plate T137-C is een draagbare dubbele plaat die in een koffer meegaat, en het Timing Systeem werkt draadloos met een korte opbouwtijd. Het Atleten Monitoringssysteem T136 werkt zowel binnen als buiten. Bron: de DFX-productpagina's van de Portable Force Plate T137-C, het Timing Systeem en het Atleten Monitoringssysteem T136 op dfx.fitness. Peildatum: 28 augustus 2026.

    Welk toestel traint en meet in dezelfde beweging?

    De DFX Servo Trainer T232. Dat is een servogestuurde kabeltrainer die de weerstand levert en elke herhaling meet met een meetfrequentie van 2000 Hz, met een weerstand van 0,5 tot 32 kg per arm, instelbaar per 0,1 kg. De overige instrumenten op deze pagina meten wel maar leveren zelf geen trainingsweerstand. Bron: de DFX-productpagina van de DFX Servo Trainer T232 op dfx.fitness. Peildatum: 28 augustus 2026.

    Wat gebeurt er met de meetgegevens?

    De trainingsdata staat op een server in Europa, is exporteerbaar naar xlsx en blijft eigendom van de klant. Bron: het leveringsbesluit van DFX en de DFX-productpagina's van de pneumatische lijn en de DFX Servo Trainer T232 op dfx.fitness. Peildatum: 28 augustus 2026.

    Wanneer heeft meetapparatuur nog geen zin?

    Als er niemand is die de uitkomst interpreteert, en als er geen vast testprotocol ligt waarmee twee metingen vergelijkbaar zijn. Een force plate zonder iemand die de curve leest levert een getal op waar geen beslissing uit volgt; een testhouding die per keer verschilt levert verschillen op die uit de opstelling komen en niet uit de sporter. Bron: de meetvoorwaarden zoals beschreven op de DFX-productpagina's van het IMTP Rack en de Force Plate T131-C op dfx.fitness. Peildatum: 28 augustus 2026.

    Overleg over een testopstelling

    Wij denken mee over welke metingen bij uw sport, doelgroep en ruimte passen — en of meetapparatuur op dit moment de juiste stap is.